Blog

ANDERE KIJK OP DE ZEEUWSE ATLETIEK

Deze keer een gastbijdrage van Niek Flipse. Niek was vroeger een topper op de middenafstand en weet waar hij over spreekt. De ontwikkelingen in de Zeeuwse atletiek volgt hij op de voet en hij heeft er een uitgesproken mening over, die niet iedereen even leuk vindt. Hij is dus net als ik een beetje een hardlooprebel. Hieronder Niek zijn verhaal n.a.v. het Zeeuws kampioenschap op de baan afgelopen zaterdag. Aangezien ik het er helemaal mee eens ben, kom ik binnenkort nog met een aanvulling.

Zaterdag 16 augustus jl. was ik weer eens op die prachtige atletiekbaan van Het Schenge. Inderdaad na langere tijd, maar atletiek hield me toch altijd bezig: zowel aan de top als in de breedte. Via het geweldige medium atletiek.nu, kon ik alle wedstrijden die ik interessant vond vanuit de leunstoel, de achtertuin of  “achteraf” volgen. Direct de uitslagen op het scherm, klaar voor interpretatie.

Afgelopen zaterdag zat ik in een gezellig groepje van louter kenners bij de start van 1500 meter. Dicht op de deelnemers en de juryleden. Natuurlijk met stopwatch, want een beetje sportman kan nog steeds niet zonder. De prestaties op Het Schenge vond ik over het geheel niet geweldig. Dat zeg ik niet om negatief te zijn, maar het feit ligt daar. In  de tientallen Zeeuwse kampioenschappen (ja echt !!) die ik als deelnemer of organisator meemaakte, heb ik helaas al jaren een neergaande trend gezien.

Helpt deze opmerking ?? Neen, de oorzaak ligt diep, maar -als ik de ruimte krijg- wil ik daar best verder mijn licht over laten schijnen. Zaterdag zijn de beste prestaties geleverd door de jonge hoogspringer Matthias Salmang (16 jaar) van Schelde Sport met een sprong van 1.91 m. bij de  U18 Mannen en door Barbara Trappeniers (44 jaar) van Dynamica met haar solorace op 1500 m. bij de  Masters Vrouwen. Ze liep 5.00.66 min., ondanks een wat ongunstige wind.

Dat vond en vind ik. Mening niet gebaseerd op puntentellingen, eerdere verhalen of aankondigingen: Ik was beide atleten nog nooit tegengekomen. Maar wie er anders over denkt: laat je horen….

Anderen ?? Bij de jeugd inderdaad enkele opvallende prestaties, maar iedereen die al wat langer meeloopt, weet dat juist atletiek een geweldig hoog uitvalpercentage kent. De pupil van 7 jaar, de puber van 13 jaar ???  Waar zijn ze over 10 jaar ?? Niet toevallig een van de “stokpaardjes” van onze eigen rebel Jan Roose. Hoe ze verder te ontwikkelen en te behouden ??. Daarop kom ik -als ik mag- later op terug.

Waarom heeft  de verslaggever van de website van AV56 dan een heel ander verhaal over de ZK van zaterdag ?? Dat heeft alles te maken met een verschil van kijken en van interpretatie. Dat  heet vrijheid van meningsuiting: immers een groot goed !! Als je het aantal nieuwe baanrecords en persoonlijke records  van zaterdag bekijkt, heeft Huib (de man die ik bedoel en respecteer) inderdaad een punt. Maar dat is geen maatstaf voor kwaliteit. Een atletiekvereniging kan haar ontwikkeling op prestatief gebied niet (laten) aflezen door het aantal nieuwe clubrecords van de masters.

Als ik de ontwikkeling van de echte clubrecords bij jeugd en senioren bij AV56 bekijk, zitten we echt in het slop. Sorry, maar het is zo !! AV56 heeft een geweldig middel om prestaties per categorie, per nummer, per persoon in luttele minuten te analyseren. Grote hulde hiervoor aan Rob Sonke en Kees van den Pol !!!

De laatste 30 jaar is de veteranen-atletiek (nu masters) ongelooflijk ontwikkeld. Enerzijds door de uitbreiding van het wedstijdprogramma en het verlengen van de leeftijdsgroepen, maar anderzijds ook door de instroom van oudere sporters die -op een of andere manier- aan hardlopen zijn begonnen. Geweldig !! Ik gun ze hun plezier en ook hun diploma’s, maar het  levert een vertekend beeld op.

Atletiek is een veeleisende sport. Zo gauw de ouderdom nadert, merk je de onvermijdelijke gevolgen. Spierafname, krachtafname en andere ouderdomsperikelen spelen op. Vertel mij wat !!! Daarom kunnen de master-records op prestatief gebied niet vergeleken worden met de “echte records”.  Hoogstens op de ultra-prestaties. Maar onze masters moeten beslist atletiek blijven bedrijven: prima. Ik moest er destijds in mijn geval niet aan denken. Toen ik 30 jaar werd, had ik wel een beetje “gehad” met die stress van al die wedstrijden. Maar iedereen zijn keuze.

Wat is nu de les ?? Als je atletiekprestaties gaat beoordelen kijk je natuurlijk eerst naar de uitvoering en omstandigheden en daarna naar objectieve cijfers als persoonlijke en (club)records. En dan blijkt wat iedere kenner -zeker ook binnen AV56- al veel langer weet, relativering is op haar plaats !! Juist bij de jeugd zeggen “topprestaties” niet zoveel. Er zijn boeken te vullen met de namen  van “talenten” die het “niet haalden”. Voor verdere documentatie: zie ranglijsten en dergelijke.

Behouden en verbeteren !!! Hoe dat te verbeteren is, wil ik later best eens meer concreet toelichten. Van onze “atletiekrebel” Jan heb ik al ruimte gekregen op zijn website (www.deatletiekrebel.nl). Ik hoop dat de redactie van de website van AV’56 mij ook die mogelijkheid wil bieden en -meer nog- mijn geschrift wil lezen. Maar nog belangrijker:  het was zaterdag een mooie atletiek dag met een mooie uitstraling !!!! Foto AV’56: Barbara Trappeniers tijdens haar 1500 meter.

Met vriendelijke groet,

Niek Flipse, oud- hardloper en oud – trainer

Per mail ontvangen reactie van Jos den Hollander: trainer AV’56 en Zeeland Running

Met bevestiging heb ik het artikel van Niek over de andere kijk op het ZK baanatletiek gelezen. Ik ben het volledig met hem eens dat de baanatletiek “in het slop zit”, gezien de prestaties bij jeugd en senioren. Alleen bij de masters worden er nog veel records verbeterd door de uitbreiding van het aantal onderdelen en dat de prestaties relatief pas kort worden bijgehouden. De vraag is echter “hoe kom je uit het slop”? Het begint natuurlijk bij de jeugd want met alle respect, een senior die na zijn/haar 30e met hardlopen begint zal nooit de top meer gaan halen. Zelf ben ik met hardlopen begonnen op m’n 32e maar vanwege gebrek aan talent en een goede atletiekmotorische ontwikkeling ben ik nooit verder gekomen dan de gemiddelde recreant. De top halen was ook niet mijn doel.

Op welke manier ga je bereiken dat er weer prestaties van formaat worden geleverd? Het begint met een goede motorische ontwikkeling bij de jeugd. Ex-bondscoach Honoré Hoedt presenteerde tijdens een MiLa cursus dat het aantal uren bewegen per week drastisch is afgenomen. In 1985 deed het gemiddelde kind nog 30 uur per week aan beweging binnen of buiten. Door de opkomst van tablets, computers e.d. is dat anno 2025 gereduceerd tot 5 uur per week en is de overige 25 uur vervangen door beeldscherm spelen. “Beter bewegen” projecten en meer sportlessen op school zouden kunnen bijdragen om de jeugd meer en beter te laten bewegen.

Heb je de jeugd aan het bewegen en is de motoriek goed, dan moet je het talent herkennen, bijvoorbeeld tijdens laagdrempelige atletiekevenementen. Heb je het talent aan boord, dan is goede begeleiding door zowel trainers als vereniging/club van essentieel belang voor de ontwikkeling daarvan. Helaas zijn er tegenwoordig zoveel externe factoren die ervoor zorgen dat talenten afhaken. Andere sporten, studie, mentale druk en de invloed van sociale media spelen een grote rol daarin. 

Zoals Jan Roose al vaak heeft gezegd: de basis voor goede prestaties is de baanatletiek aangevuld met crossen in het winterseizoen en soms een stratenloopje van max 5km. Vanwege gebrek aan beleid, structuur en goede begeleiding verzanden talenten echter tot “zwervers”, om maar de woorden van een collega trainer aan te halen. Dit zijn lopers die niet weten wat ze willen en zonder aansprekende resultaten maar aan alles meedoen, 800meter, 10km wegwedstrijden, marathon, hyrox, crossfit en soms zelfs een trail.

De eerste voorwaarde is om dat beleid en die structuur bij de club/vereniging/organisatie te hebben om dan vervolgens een goed opleidingsplan aan te kunnen bieden aan de atleet. Een goed opgeleid en gemotiveerd trainerscorps (+ondersteunend kader) is nodig om dat plan uit te kunnen voeren. 

Wat zit er globaal in zo’n opleidingsplan? 

  • Jaarplanning en langere termijnplanning
  • Ambities en beschikbaarheid van de atleet
  • Sterkte/zwakte analyse per atleet en waar ga je aan werken – belastbaar maken
  • Fysieke Testen
  • Welke trainingen voor welke atleet op het gebied van lopen, techniek, kracht en coördinatie
  • Trainingsstages
  • Coaching en mentale begeleiding bij wedstrijden

Het lijkt mij dat Zeeland te klein is om beleid/structuur op clubniveau voor elkaar te krijgen maar met verenigingen gebundeld in een organisatie als VZA aangevuld met een aantal adviseurs zou je een heel eind kunnen komen. De visie van VZA staat al op de website van Zeeland Atletiek. De volgende stap zou structuur en beleid kunnen zijn. 

13
3