BEWEGEN IS GOED, MAAR MOET DAT TEN KOSTE VAN ….
We zitten te veel en bewegen te weinig. Daarom zijn er allerlei initiatieven om dat te veranderen. Gewoon wandelen, zwemmen, fietsen of een uurtje vrijblijvend sporten in een zaaltje, zonder enige wedstrijdambities. Prima en dat mag zeker gestimuleerd worden.
Maar moet je deze “sporters” ook stimuleren om aan wedstrijden mee te doen? Bij sommige sporten kan dat helemaal niet. Wie aan een wielrenwedstrijd mee wil doen, moet zelfs op het laagste niveau gedurende ongeveer 45 minuten rond de 40 km/uur kunnen rijden. Wie “maar” 35 km/uur haalt, rijdt constant alleen en wordt voortijdig uit de koers gehaald.
Gelukkig kunnen al die fietsers meedoen aan toertochten, waar de afstand uitrijden het belangrijkst is en niet de snelheid. Eigenlijk een wandeltocht, maar dan op de fiets en zeker geen wedstrijd. Bij teamsporten kun je meedoen op het eigen niveau, d.w.z. een team recreanten speelt tegen een ander team recreanten en niet tegen de topteams uit die sport.
Hoe anders is dat bij het hardlopen. Aan de meeste wedstrijden kan iedereen meedoen en je loopt soms tegen atleten van wereldklasse. In theorie natuurlijk, want dikwijls zijn die atleten al aan de finish als de mindere goden nog moeten vertrekken. Kijk maar naar al die massalopen. Bij regionale wedstrijden met minder deelnemers starten ze wel allemaal tegelijk, maar ook dan is er geen sprake van een echte wedstrijd tussen regionale toppers en de recreanten. Daarvoor is het niveauverschil te groot.
Kijk maar eens naar de uitslag van een eenvoudige cross over ongeveer 9 km. De laatste doet er 2 x zo lang over. Bij langere afstanden is het verschil nog groter. Bij de laatste Kustloop ( halve marathon in Vrouwenpolder ) waren er ongeveer 770 finishers. De laatste 10 liepen meer dan 3 uur over 21 km, terwijl de winnaar 1.11.54 uur noteerde. Ruim de helft had 2 uur of meer nodig en slechts ongeveer 130 lopers liepen sneller dan 1.45 uur. Maar ook die tijd stelt eigenlijk niet veel voor.
Hetzelfde beeld zien we bij veel andere wedstrijden en dus ook bij de 2 Zeeuwse marathons. De Kustmarathon is “het Zeeuwse sportevenement van het jaar en zet Zeeland op de kaart”, maar wat stellen de meeste prestaties voor. Het grootste deel haalt geen 10 km/uur. Al die jaren Kustmarathon heeft eigenlijk geen nieuwe talenten opgeleverd. Alleen een paar ééndagsvliegen, die daarna meer in de lappenmand zitten dan dat ze wedstrijden kunnen lopen. De groepstrainingen voor de marathons zorgen er wel voor dat andere wedstrijden minder deelnemers trekken. Goed beschouwd een negatief effect. Het grote publiek krijgt ook een verkeerd beeld van het hardlopen: alleen als je de marathon loopt, tel je blijkbaar mee. Een 5 km in 18 minuten of een 10 km in 37 minuten ( dat is helemaal nog niet zo snel ) is meer waard dan een marathon in 3 uur. Dus laat staan dat je over de marathon 4, 5 of 6 uur doet.
Laten we naast het recreatief meedoen aan hardlopen weer eens meer aandacht besteden aan goede prestaties. Dat betekent dat wedstrijden zodanig georganiseerd moeten worden dat presteren voorop staat. Niet alleen voor snelle lopers, maar ook voor minder snelle lopers, die zichzelf willen verbeteren. En leer die lopers hoe ze zich kunnen verbeteren. Eerst relatief korte afstanden in een fatsoenlijk tempo en dan pas de langere afstanden en niet omgekeerd, want dat lukt meestal niet meer.
Bij serieuze wedstrijden een tijdslimiet op de hoofdafstand en dan eventueel een kortere afstand voor wie dat niet haalt. Voor echte recreanten de ouderwetse prestatielopen van stal halen, d.w.z. geen uitslag. En misschien nog een stap verder: je bepaalt zelf wanneer je start ( wel vanaf en voor een bepaalde tijd ), zodat het wedstrijdelement zeker vervalt. En als ze toch in dezelfde wedstrijd lopen, hanteer dan de formule “bepaalde tijd + ronde afmaken”, zodat iedereen ongeveer gelijktijdig klaar is met de wedstrijd.
Bij het laatste WK atletiek behaalde Nederland een prachtig resultaat met 6 medailles, waarvan 2 x goud en ook bij de laatste Olympische Spelen en bij internationale indoorkampioenschappen was er een grote medailleoogst, maar dat wil niet zeggen dat het heel goed gaat met de Nederlandse atletiek. Die successen worden behaald door een paar atleten. Als Femke Bol en/of Sifan Hassan niet meedoen, is de kans op medailles veel kleiner, want de andere medailles zijn geen garantie bij volgende toernooien. We moeten zorgen voor opvolging om dat de komende jaren te bereiken. Na de successen van Daphne Schippers op de sprint zijn er geen nieuwe talenten met dat niveau opgestaan.
Er moet dus in de breedte veel beter gepresteerd worden, zodat toppers gedwongen worden scherp te blijven. Nu win je in Zeeland wedstrijden met erg matige tijden bij de loopnummers. De winnende afstanden bij de technische nummers zijn ook niet opzienbarend. Bovendien zie je in de leeftijdsgroep 17 t/m 35 jaar nauwelijks deelnemers. Lees nogmaals de verhalen op deze site van Niek Flipse en mezelf in de maand augustus. Allemaal zaken waar we ( vooral de atletiekclubs ) in de toekomst aan moeten werken. Nu het nog kan proberen oudgedienden het tij te keren, maar luister dan naar hen en doe het daarna ook en noteer alvast 20 december 2025 in je agenda. Foto AV’56: Als we zo doorgaan, starten er alleen nog masters op de atletiekbaan, de cross en op de weg.

Recente reacties