Blog

WEDSTRIJDEN IN NATUURGEBIEDEN STEEDS MOEILIJKER

Toen ik de foto’s van de Mosselloop 2025 zag, was ik toch een beetje verbaasd. Start en finish gewoon op de weg. Is dat al eerder gebeurd? Sinds de start van de Mosselloop in de Domeinen ( de eerste keer in 1969 trouwens nog onder de naam Duinencross ) werd er gestart en gefinisht in het bos in de buurt van de boswachterijschuur op een onverharde ondergrond. In het bos waren sowieso minder verharde paden en eigenlijk was de Mosselloop gewoon een cross over 1 grote ronde van toen ongeveer 7 km.

Het parcours veranderde wel regelmatig. Soms werden delen van het bos afgesloten, gekapt of er lag een fietspad. Toen start/finish werden verplaatst naar een plek verder in het bos, waren een paar verharde stukjes bijna onvermijdelijk. Maar in principe bleef het voor mij nog steeds een cross. Vandaar mijn voorstel om de Mosselloop op te nemen in de ZCC i.p.v. de Deltacross. Je bent dan verzekerd van goede lopers, want de top 3 bij de mannen loog er niet om dit jaar. En de competitie kan zo compacter. Maar is het nog een cross met steeds meer stukken verhard? Ook bij de Deltacross in januari zag ik een start en finish op de weg.

Blijkbaar dwingen de strengere regels van Staatsbosbeheer ( eigenaar van de bossen ) de organisatie tot deze parcourswijzigingen. Geluidsinstallatie mag niet meer. Starten met een pistool ook niet. Een auto om spullen op het parcours te brengen is blijkbaar ook verboden, enz. Dan wordt organiseren een probleem. De cross op den Inkel in Kruiningen wordt ook op een locatie van Staatsbosbeheer gehouden en daar geldt hetzelfde. Ze werden daar 2 jaar geleden ook nog eens geconfronteerd met niet bij de organisatie bekende werkzaamheden, waardoor het parcours op sommige plekken redelijk risicovol was.

Moet je dan op deze locaties blijven? Veel lopers kicken op het lopen in de Domeinen in Westenschouwen en komen die lopers ook als het elders is. Op den Inkel is die aantrekkingskracht minder, maar zijn er wel alternatieven? Of zijn dat ook plekken die eigendom zijn van Staatsbosbeheer? Ik heb vorig jaar een paar crossen georganiseerd in het Abbekindersebos bij Kloetinge. Eigenlijk stelde Staatsbosbeheer weinig eisen, maar ik had wel laten weten geen gebruik te maken van een geluidsinstallatie en dat er weinig materiaal nodig was om een parcours uit te zetten. Het parcours bleef ook overal op de bestaande paden.

Het parcours op de Stelleplas in eigendom van de gemeente Borsele en daar organiseerde ik al sinds 2011 zonder veel eisen van de gemeente. Zowel bij het Abbekindersebos als op de Stelleplas is een horecagelegenheid die kan dienen als secretariaat enz. Maar ook binnen Goes kan ik wel een paar plaatsen vinden om een cross te organiseren. Nee, niet met een ronde van 3 km, maar met rondjes van maximaal 1500 meter en dat gaat ook prima. En als er dan een verhard stukje is om 2 delen van het parcours te verbinden, leggen we daar een paar matten.

Het zou me verwonderen als deze plaatsen er in andere delen van Zeeland niet zijn. Vooral in de buurt van sportparken zie ik op Google Maps voldoende mogelijkheden. Als dat ook nog eens in de buurt is van je eigen atletiekaccommodatie, is dat helemaal geweldig. Weinig gesleep met materiaal, eigen kleedkamers, kantine en secretariaat. Met relatief korte ronden heb je minder uit te zetten en met RaceResult is het bijhouden van de rondjes ook geen probleem. Wel zorgen dat het overal breed genoeg is, zodat gedubbelde lopers de koplopers niet hinderen.

Er is echter één maar. Veel hardlopers doen tegenwoordig mee vanwege de “beleving” of de mooie natuur en niet meer om echt te strijden tegen anderen of voor een mooie tijd. Aan de ene kant een goede zaak, omdat er zo veel mensen in ieder geval aan sport doen. Voor het niveau van het hardlopen echter een regelrechte ramp. Eddie Pekaar schreef deze week een mooi verslag over de Mosselloop en heeft het op het einde over het matige niveau bij de Zeeuwse vrouwen. “De Zeeuwse vrouwen hebben nog heel wat goed te maken om enigszins het niveau van de Zeeuwse mannen te kunnen evenaren. Irma Heeren toonde echter 25 jaar geleden al aan, dat je met serieus trainen zelfs de Nederlandse top kunt bereiken”, is zijn laatste opmerking.

Maar is het niveau van de beste Zeeuwse mannen dan zo geweldig? Floris Willeboordse en Tim Pleijte zijn de beste lopers op dit moment. Beiden behoren echter al tot de categorie M 35 en Tim is zelfs 40 jaar. Normaal gesproken zijn ze over hun top heen en kijk eens wat er achter komt. Een paar senioren die ook al een paar jaar “pas op de plaats maken” en verder masters. Bij de jongeren zie ik weinig echte talenten. Bij de mannen wel een groot aantal enthousiaste lopers met op dit moment ongeveer mijn niveau van weleer en iets sneller, maar dat niveau is onvoldoende om te kunnen spreken over Zeeuwse top.

Om te verbeteren is niet alleen training nodig, maar ook een betere keuze van wedstrijden. Zeker in de periode maart – oktober moet je wedstrijden lopen over courante afstanden waar de klok niet liegt. Op de atletiekbaan 1500 t/m 10000 meter en verder 5 km t/m marathon op de weg. Bij dat laatste bedoel ik dan echte wegwedstrijden en niet die vlees noch vis wedstrijden van tegenwoordig. En dan ben ik weer terug bij de parcoursen en de natuur. Bijna alle halve en hele marathons in Zeeland vinden plaats op gedeeltelijk onverharde parcoursen, waar snelle tijden niet mogelijk zijn. Maar ook voor simpele 10 en 15 km wedstrijden kiest men dikwijls voor dergelijke omlopen. Of de afstanden kloppen, laat ik dan nog maar even in het midden.

Kies eens gewoon voor een vlak, verhard parcours van 2 tot 3 km in een park, op B wegen of bij sportvelden en organiseer daar een goed gemeten 5, 10 of 15 km. Niet aantrekkelijk voor veel recreatieve lopers, maar wel voor ambitieuze lopers met de intentie om een p.r. te lopen. Bij een 5 km kun je zelfs in series op sterkte lopen, zoals bij de Hrôte Vuuf van Hoes in 2024. En bij wedstrijden in de natuur ( crossen ) mag het parcours best zwaar en uitdagend zijn, maar nooit gevaarlijk. Laaghangende takken, boomwortels, passages waar maar 1 loper tegelijk door kan, gladde en te steile afdalingen/klimmen horen niet op zo’n parcours. Je moet altijd kunnen hardlopen. Heeft een trail van 160 km met een snelheid van nog geen 3 km/uur nog iets met hardlopen te maken?

Ga dus niet proberen om in Zeeland wedstrijden extremer te maken. Extreem betekent vooral langzaam. En langzaam betekent op den duur geen niveau. De beste Zeeuwse hardloopsters zitten hoofdzakelijk op de racefiets en misschien komen ze na hun profloopbaan weer meedoen. Alleen een paar 50 plus dames weten uit het verleden wat echt hardlopen is. Bij de mannen weten de huidige toppers dat ook, maar hoe is dat over 10 jaar? Of winnen er dan alleen nog 50 en 60 plussers.

Er moet dus iets veranderen aan onze wedstrijden. Op organisaties van derden ( geen atletiekclubs ) hebben we weinig invloed, maar clubs moeten wedstrijden organiseren in het belang van de atletiek en de ambitieuze atleten en niet om de massa startgelegenheid te bieden of Zeeland op de kaart te zetten. Begin in 2026 eens met een eenvoudig circuit van alleen 5 km/5000 meter wedstrijden. Op de baan en op de weg met de steun van alle clubs en de VZA. Foto AV’56: De FysioKapelleloop kan deel uitmaken van zo’n circuit.