ZEEUWSE ATLETIEK deel 1: DE FEITEN
Op 20 december is er een symposium over de Toekomst van de Zeeuwse atletiek. Aanleiding is het teruglopende niveau. Dat niveau verbetert niet alleen door het houden van een symposium. Onze hoop is gevestigd op de sprekers, die nieuwe inzichten presenteren waar de clubs mee aan de gang kunnen. Willen die clubs dat, doen ze het ook en wat is dan het effect? Eerst afwachten wat het symposium oplevert.
Je kunt natuurlijk ook kijken naar het verleden. Hoe was de atletiek gestructureerd in de tijd dat er nog wel gepresteerd werd in de top en de breedte. Hoe ver moet je dan terug. Ik gaf eerder al een voorbeeld over de 5000 meter/5km. Voor niet kenners: een 5000 meter is op de atletiekbaan en een 5 km op de weg. Dat laatste onderdeel is nog maar een paar jaar een officieel nummer met records en kampioenschappen.
In 1975 liepen 11 Zeeuwen deze afstand onder de 16 minuten. In 1985 was dat 17, in 1995 nog 10, maar in 2005 slechts 1. In 2015 en 2025 stond de teller op 5 respectievelijk 6, maar daar waren ook 2 resultaten op de weg bij. In 1975 en 1985 waren er veel minder hardlopers, maar anderzijds werd de 5000 meter op de baan na 2000 nauwelijks meer georganiseerd.
Je zou dus kunnen zeggen dat de terugval al in de jaren 90 begon, maar zich na de eeuwwisseling stevig heeft doorgezet. Komt dat door de toename van het aantal wegwedstrijden? Mogelijk, maar dan mag je verwachten dat de tijden op de weg wel in de lift zaten. Ik maak een vergelijking met een 15 km. Ik kies deze afstand, omdat de nu populaire halve marathon pas later een officiële afstand werd en de toen geliefde 10 mijl, 20 en 25 km nu nauwelijks gelopen worden. De 15 km is dus een betere graadmeter, maar bedenk nog steeds dat er 50 jaar geleden in Zeeland maar een 40 tal lange afstandslopers waren en het aantal wegwedstrijden erg beperkt.
In 1975 liepen er 15 Zeeuwse hardlopers een 15 km onder het uur. In 1985 en 1995 waren dat er 18 en 33. In 2005 zakte het naar 19, maar in 2015 en dit jaar zien we grotere aantallen, namelijk 32 en 38. Dat laatste ziet er dus veelbelovend uit. Vergeleken met 1995 zijn het er echter maar 5 meer en als ik naar de tijden kijk, lopen ze nu gemiddeld zeker niet sneller. En veel tijden werden afgelopen zondag gelopen bij de Zevenheuvelenloop dat bekend staat als een snel parcours.
Deze vergelijkingen gelden alleen voor de mannen om de eenvoudige reden dat vrouwen pas veel later aan lange afstanden mochten deelnemen. Op de korte baannummers en bij technische onderdelen kunnen we de vrouwen wel meenemen in het overzicht, maar hier zijn alleen ranglijsten per jaar voor de beste 10 beschikbaar. Een overzicht met steeds de 10e om de 10 jaar voor enkele onderdelen. Waarom de 10e? Als de 1e een enorme voorsprong op de 2e heeft, geeft dat een vertekend beeld en zegt weinig over het algemene niveau. Op de sprintnummers geeft een hand geklokte tijd afgerond op tienden naar boven misschien een te rooskleurig beeld, maar op de andere onderdelen speelt dat niet.
| Jaar | 100 M | 100 V | 800 M | 800 V | Ver M | Ver V | Kogel M | Kogel V |
| 1975 | 11.70 | 13.20 | 2.00.40 | 2.42.40 | 5.73 | 4.85 | 10.12 | 7.97 |
| 1985 | 11.30 | 13.20 | 2.01.50 | 2.31.20 | 6.30 | 4.89 | 10.67 | 9.45 |
| 1995 | 11.82 | 14.00 | 2.07.20 | 2.41.33 | 5.65 | 4.53 | 10.32 | 8.39 |
| 2005 | 12.00 | 13.70 | 2.11.20 | 2.53.90 | 5.37 | 4.47 | 9.08 | 7.48 |
| 2015 | 12.17 | 14.07 | 2.10.92 | 2.46.55 | 5.21 | 4.45 | 7.48 | 7.70 |
| 2025 | 12.36 | 13.93 | 2.09.68 | 2.39.46 | 5.17 | 4.24 | 7.58 | 7.67 |
Ik denk dat we mogen zeggen dat de prestaties voor 2000 gemiddeld beter waren, maar de atletiek was toen anders opgebouwd. In deel 2 kom ik daar op terug met een paar stellingen. Foto: de 20 en 25 km waren ooit populair, hier het NK 25 km 1986 in Goes.

Recente reacties