ZEEUWSE ATLETIEK deel 3: DE REACTIES
Voorlopig zijn er helemaal geen reacties. Alleen een paar opgestoken duimpjes onder de berichten. Is iedereen het er mee eens? Worden de verhalen niet gelezen? Of interesseert het niveau van de Zeeuwse atletiek de meeste atleten en kaderleden niets? Ik denk het laatste. En dan heb ik het niet alleen over de grote groep “recreanten”, maar ook over de meeste ( sub ) toppers. “Na ons de zondvloed” is nog steeds gemeengoed, dus ook in onze atletiekwereld.
Ik heb initiatiefnemer Niek Flipse daar al op attent gemaakt. De kans dat er vooral oud atleten naar het symposium komen, is redelijk groot. Maar we willen natuurlijk ook de trainers, atleten, bestuurders en ouders van nu bereiken. Niet om ons standpunt er door te rammen, maar vooral om te horen wat zij vinden. Doen de clubs het goed of moeten er zaken veranderen.
“Ze leren tijdens trainingen te weinig” hoor ik zo nu en dan. Blijkbaar heeft men een tijdje geleden bij de Zeeuwse clubs een inventaris gemaakt over de trainers en hun opleidingsniveau. De uitkomst ken ik niet en vind ik ook niet zo belangrijk. Voor mij tellen andere aspecten: zijn de trainers enthousiast, hebben ze zelf aan atletiekwedstrijden meegedaan en kennen ze iets van de Zeeuwse atletiekgeschiedenis.
Over allerlei cursussen en opleidingen heb ik als rebel een uitgesproken mening, maar een bepaalde basis moet er als trainer natuurlijk wel zijn. Je moet met een groep om kunnen gaan en je kennis kunnen overbrengen. Maar als dat gebeurt op de manier van wat ik bij “de boekjestrainers” zie, schiet het z’n doel voorbij. Een voorbeeld:
In de jaren 90 kwamen er opleidingen voor met name loopgroepen. Die toekomstige looptrainers werden toen opgezadeld met het begrip “loopscholing”. Je kent dat ongetwijfeld: allerlei oefeningen ( skipping, trippling, hakken-billen, loopsprongen, huppelpas ) om een efficiëntere loopstijl te krijgen en blessures te vermijden. Prima, maar niet overdrijven en die oefeningen waren echt niet nieuw.
In de jaren daarvoor deden we dat bij de atletiekclub gewoon tijdens het in – en uitlopen, maar nu gingen trainers er bijna een complete training van maken. Kwam ik op dinsdag naar de clubtraining om tempolopen te doen, was ik eerst bijna een uur kwijt aan opwarming + loopscholing. In de tempolopen had ik daarna helemaal geen zin meer. Van de tempolopen werd ik sneller. De loopschooloefeningen deed ik al jaren en hadden voor mij geen extra waarde. Daar hield de trainer echter geen rekening mee. Hij/zij gaf training uit het boekje.
Dat soort zaken zien we tegenwoordig te dikwijls. Omdat één of andere “loopgoeroe” iets zegt, gaan we dat ook doen of wordt er aangenomen dat zoiets voor iedereen van toepassing is. “Van langzaam lopen word je sneller”. Dit is gewoon onzin en heeft vooral betrekking op atleten, die toch al snel kunnen lopen. Zij hebben er baat bij om sommige duurlopen een beetje langzamer te lopen. Datzelfde durf ik te zeggen voor het gebruik van een hartslagmeter en voldoende rust nemen. Voor een hardloper met nauwelijks 25 km in de week is dat allemaal niet van toepassing. Ook van core stability ga je niet sneller lopen. Het is alleen een hulpmiddel om blessures te voorkomen als je veel traint. Heel veel van de uitspraken van bekende trainers worden dus compleet uit z’n verband getrokken.
Of we er veel aan hebben als de clubs en de VZA straks met speciale trainingen komen, moeten we maar afwachten. De afgelopen jaren hebben ze het ook geprobeerd met clinics. Op zich prima, maar dan moet er ook een vervolg zijn. En alleen training is niet bepalend voor het niveau. Je moet elkaar stimuleren en dat doe je vooral tijdens wedstrijden als de besten tegen elkaar uitkomen. Niet alleen de besten, maar ook de 2e en 3e categorie, die van elkaar willen winnen. Dat is de essentie van sport. En dat het dan gezellig leuk en gezond is, is meegenomen. Zulke wedstrijden hoeven echt niet allemaal grote evenementen te zijn. Eenvoudige baanwedstrijden met 2 of 3 onderdelen per wedstrijd, maar dan wel minimaal om de 2 weken, kan prima. En wegwedstrijdjes over courante afstanden en crossen op parcoursen van 1000 tot 1500 meter voldoen prima. Als we de clubs daarvan kunnen overtuigen, ben ik tevreden.
Of die clubs ook naar het symposium komen en het sowieso belangrijk vinden, weet ik nog niet. Bij slechts 2 clubs en de VZA heb ik er iets over zien staan op hun website, maar nog geen enkel bestuurslid heeft zich aangemeld. Ik weet wel dat de atletiekunie met een afvaardiging komt en het probleem onderkent. Ook enkele oud topatleten hebben toegezegd, alsmede diverse trainers en oud bestuursleden. Verwacht niet dat een symposium in 2026 alles zal verbeteren, maar hoe groter het draagvlak voor onze visie, hoe meer kansen er zijn voor de toekomst. Meld je dus aan voor het symposium op 20 december in de Vroone te Kapelle. Foto via atletiekzeeland: Misschien komen deze toppers ook.

Recente reacties