ZEEUWSE ATLETIEK deel 4: TOCH NOG EEN REACTIE
Toch nog een reactie op mijn stukjes over de Zeeuwse atletiek en wel van Kees van den Berk uit Roosendaal. Wil jij ook nog reageren? Stuur dan een mail met je reactie naar jacroose@hetnet.nl en dan zet ik het hieronder.
Beste Jan,
Eind jaren ‘70 begin jaren ‘80 keek ik altijd naar het WK veldlopen op tv. Carlos Lopes en Karel Lismont bij de mannen en natuurlijk Greta Waitz bij de vrouwen zag ik ongelofelijk afzien op een vaak blubberig parcours met wat heuveltjes erin om het nog zwaarder te maken. Ik zag ze afzien, samen met de andere deelnemers. Ik had er groot respect voor.
Willen we tegenwoordig nog wel afzien is mijn vraag? En dan heb ik het natuurlijk niet over de top in de atletiek, maar wel over de brede laag daaronder en vooral ook over de recreanten. We lopen meer als vroeger, maar het niveau blijft achter zoals je zelf aangeeft.
Ik denk dat de tijdgeest nu heel anders is als in de jaren ‘80. En dat geldt niet alleen voor sport, maar eigenlijk voor alles. En dat ga je (helaas) niet zomaar veranderen. Kijk eens op een willekeurige zaterdag hoe de jeugd naar de voetbal, tennis, hockey of atletiekbaan gaat. Meestal op een elektrische fiets! Daar gaat het volgens mij al fout. Alles moet tegenwoordig makkelijk zijn. Maar ook vele veertigers, vijftigers en zestigers doen eraan mee. Dan praat je al over een paar generaties. Waarom toch? O ja, spaart tijd zeker?
Iedereen wil tegenwoordig gelijk een marathon lopen heb je geschreven. En dat klopt. Want laten we eerlijk zijn; een marathon lopen waarbij de nadruk meer op ‘lopen’ dan op ‘hard’ ligt, is toch makkelijker dan een snelle 3 of 5 kilometer? Dan moet je pas echt afzien. In het rood lopen, ook tijdens trainingen. Om sneller te worden. Nee, inderdaad Jan, van langzaam lopen wordt je echt niet sneller. Ook ik moet erom lachen.
Toch kun je niet de verantwoordelijkheid alleen bij de atletiekverenigingen leggen. De lopers bepalen uiteindelijk wat ze willen. Zij zijn eigenlijk de ‘consumenten’. En zij willen met name lange afstanden op de weg, trails en zelfs ultralopen. Dat de verenigingen hierop inspelen is duidelijk. Dat levert geld op. En dat mag natuurlijk!
Wel kunnen ze naar mijn mening het aanbod wat vergroten, want er zijn gewoon te weinig wedstrijden op de baan. Maar ja, als ik een van de weinige ben die dit vindt…
Nog even terug naar de tijdgeest. Ik wil benadrukken dat ik het volledig met je eens ben Jan. Eigenlijk met alles, maar je kunt het, vrees ik, niet meer terugdraaien. Ik begrijp je frustratie, maar de verandering zal uiteindelijk van de lopers zelf moeten komen.
Kijk, je kunt een prachtige gewone fiets in de markt zetten. Met alles erop: o.a. magura remmen, naafverlichting voor en achter en zelfs riemaandrijving in plaats van een ketting. Dit alles voor € 1200. De beste fiets voor de beste prijs. Ik zou hem zo kopen. Ik wel ja, de rest wilt gewoon een elektrische fiets…. Zoals de rest ook geen testlopen, Jarocrossen of gratis wedstrijdjes wil. Nee zij willen € 155 euro uitgeven aan de marathon van Rotterdam om die te gaan ‘lopen’. Foto: Carlos Lopes met 120 en Karel Lismont met 22 tijdens een WK cross.
Nog een reactie van Louise Cornelis uit Kapelle.
Ha Jan,
Ik weet nog niet of ik naar het symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek kan komen, maar in de aanloop ernaartoe schets ik graag hoe ik vanuit mijn achtergrond tegen het Zeeuwse hardlopen aankijk. Daarom eerst iets over die achtergrond: ik ben een vrouw van bijna 60, ruim anderhalf jaar geleden na 40 jaar Randstad weer in Zeeland komen wonen. Ik ben triatleet en daarbij is hardlopen mijn slechtste onderdeel – ik ben geen bijzonder goede loper dus, maar ik heb er wel lol in. Ik heb naast mijn eigen sporten een klein-maar-fijne praktijk als trainingsbegeleider, waarbij ik me heb gespecialiseerd in de sporter (m/v) die voelt dat de jaren gaan tellen. In die hoedanigheid heb ik een boek geschreven: Optimaal blijven sporten voor 45+’ers. Eén van de ingrediënten van mijn vakkennis daarvoor is de hardlooptrainersopleiding die ik heb gedaan bij Running Holland in Amsterdam.
Als ik vanuit die achtergrond het Zeeuwse hardlopen observeer, valt me bepaald niet op dat er niet hard genoeg gelopen wordt. Ik zeg het maar even lomp: de top interesseert me geen lor. Ik heb er niets aan als er ergens een Zeeuws record gelopen wordt. Knap, hoor, maar ik vind het knapper om zó te sporten dat je het over, zeg, veertig jaar ook nog met plezier doet. Er is immers best een spanningsveld tussen presteren op de korte en op de lange termijn.
Wat ik wél leuk vind, is om een streekgenoot op TV goed te zien presteren – en dat is het geval in de vorm van Shirin van Anrooij. Zij is nu veldrijder/wielrenner, maar heeft in haar jeugd bij AV’56 gelopen en dat heeft haar duidelijk geen windeieren gelegd. Zo slecht is het in Zeeland dus niet gesteld met het afleveren van wereldtoppers. En dat gebeurt niet zo vaak, dat is nogal logisch.
Wat me verder opvalt, is dat er in Zeeland heel veel loopjes zijn, en dat bij een groot deel daarvan juist de achterhoede ontbreekt – een groep die er elders wel is. Als ik meedoe aan bijvoorbeeld een internationale Parkrun, een van de Vestinglopen van Epic Sports en de grote evenementen van Golazo, eindig ik halverwege het veld. In Zeeland eindig ik steevast in de achterhoede. Aan de crossen in het Zeeuwse Crosscircuit word ik zelfs op achterstand laatste – die doe ik dus niet meer. Waar is de groep Zeeuwse lopers achter mij? Die zie ik alleen bij de randevenementen van de Kustmarathon.
Dat er gemiddeld langzamer gelopen wordt, de hardloopbeleving verandert en dat men niet meer lid wil worden van een sportvereniging (in het algemeen en de jeugd in het bijzonder), dat zijn geen Zeeuwse fenomenen, dat speelt landelijk. Ik zou zeggen: tap daar kennis van af over wat daaraan wél te beïnvloeden is.
Wat ook landelijk speelt en dus ook in Zeeland, is bewegingsarmoe – van jong tot oud. Veel belangrijker dan hoe hard er aan de top gelopen wordt, vind ik dat zo veel mogelijk mensen van alle leeftijden, sexen en achtergronden met plezier kunnen lopen of een andere sport beoefenen. Drempels opwerpen voor meedoen aan loopjes of lid worden van een atletiekvereniging lijkt me het paard in dat opzicht achter de wagen spannen. Zelfs als dat betere Zeeuwse tijden oplevert, vind ik dat een ongewenste ontwikkeling.
In mijn waarneming is er tot slot nog een wereld te winnen in de vorm van beter trainen: goed gericht, geïndividualiseerd, gedoseerd. Mijn allereerste trainer zei het ooit: er zijn twee soorten sporters, de ene doet te veel, de ander te weinig. Technologie speelt daarin dan ook een dubbelrol: waar de een zich door de hartslagmeter onterecht laat dempen, laat de andere zich door de tijden op het horlogeschermpje over de kling jagen. Ook dat is echter geen typisch Zeeuws probleem.

Recente reacties