Blog

BEGIN OP TIJD MET HARDLOPEN

In één van mijn stukjes over de Zeeuwse atletiek liet ik weten geen voorstander te zijn van fanatieke atletiekbeoefening door jonge kinderen. Ik suggereerde zelfs dat een lidmaatschap pas vanaf ongeveer 15 jaar wenselijk is. Waarom? De ervaring leert dat het grootste deel van de jongere jeugd al stopt met atletiek voordat ze 20 zijn en zodoende heb je er niets aan.

Maar het omgekeerde, dus te laat beginnen, is ook niet wenselijk. Iemand van 35 jaar heeft zijn beste periode eigenlijk al achter zich. Dat betekent niet dat je je niet kunt verbeteren als je op je 38e met hardlopen begint, maar de progressie zal toch vrij snel stoppen. Deze masters leveren dikwijls prima prestaties, maar de atletiek heeft er verder niets meer aan. En dikwijls vallen de prestaties op “bij gebrek aan beter” of in dit geval gebrek aan goede atleten in de leeftijd 17 – 35 jaar. Kijk maar eens naar de leeftijden van de top 10 bij Zeeuwse hardloopwedstrijden.

Deze week waren er 2 opvallende Zeeuwse prestaties in de marathon. De 23 jarige Mike Suurmond liep 2.27.19 uur in Valencia en Martijn Blommaert dook met 2.28.31 ook onder de 2,5 uur. In het voorjaar lukte dat met een tijd van 2.29.53 uur ook al. Is dat hoopvol voor de toekomst van het Zeeuwse hardlopen? Martijn is al 40 en dan kun en mag je dat niet verwachten. Best kans dat hij nog 2.25 uur loopt, maar dat is nog ver verwijderd van de beste Zeeuwse tijd op naam van John Vermeule met 2.12.22 uur gelopen in 1989.

De kans op een fikse progressie is bij Mike groter, maar hij heeft al te kennen gegeven dat hij zich vooral zal toeleggen op de triathlon en dat hij alleen geïnteresseerd is in het winnen van de Kustmarathon en niet in snelle tijden. Ook dat is geen toekomst voor het Zeeuwse hardlopen. Je kunt dan als journalist wel zeggen dat hij bij de beste Zeeuwse marathonlopers van deze eeuw behoort, maar dan is mijn antwoord al jaren: “de hardlopers van de vorige eeuw waren veel beter”.

Op de officiële ranglijst allertijden ( en dat is die van de VZA https://zeelandatletiek.nl/home/index.php/prestaties/ranglijsten-en-uitslagen en niet van atletiekzeeland van Eddie Pekaar zoals bij Omroep Zeeland staat ) staan in de top 10 maar 3 prestaties van deze eeuw: behalve de Zeeuwen Floris Willeboordse en Sebastien Schletterer ook Ricardo Sint Nicolaas van AV Flakkee en dus behorend bij de VZA. Verder alleen tijden die 30 tot 50 jaar geleden werden gelopen. Toen nog zonder carbonschoenen, gelletjes en andere ondersteuning en bedenk ook dat er toen nog niet veel Zeeuwse marathonlopers waren. Ik was in 1972 de 7e.

Als we verder de ranglijst napluizen en dan moet ik wel kijken op www.atletiekzeeland.nl omdat er bij de VZA maar 10 namen vermeld worden, zie je nog enkele soms minder bekende namen met tijden onder de 2.30 uur. Peter Hameeteman probeerde het eerst als sprinter, maar dat was geen succes. Met veel en hard trainen kwam hij bij een marathon tot 2.27.39 uur en dat is maar 20 seconden langzamer dan Mike nu. Peter en al die anderen liepen echter op de relatief korte afstanden ( 5000 – 10000 meter ) veel sneller dan de huidige generatie. Waar Martijn en Mike op een 5 en 10 km niet of nauwelijks onder de 16/33 minuten kunnen lopen, scoorden Huib Dalebout en Johan de Vlieger over 5 km zelfs tijden onder de 15 minuten, liep Peter Hameeteman 15.04 en Jan de Wilde 15.17 minuten.

En juist die basissnelheid over 5 en 10 km vind ik belangrijk. Hoe hoger die snelheid, des te gemakkelijker is het om op een langere afstand een snelle tijd te realiseren. Met een racecalculator kun je uitrekenen wat je mogelijkheden zijn: met een recente tijd van 33 minuten over 10 km kun je een marathon lopen in ongeveer 2.32 uur. Mike en Martijn liepen dus beduidend sneller dan wat je op basis van hun p.r. op 10 km mag verwachten. Dat kan 2 dingen betekenen: ze zouden nu over 5 en 10 km beduidend sneller zijn of ze hebben hun “gebrek aan snelheid” gecompenseerd door enorm veel kilometers.

Dat zien we bij heel veel hardlopers. Ook in de nationale top. John Vermeule heeft een p.r. over 10000 meter van 28.38 minuten en dat komt aardig overeen met zijn 2.12.22 uur. Maar veel toppers van nu roepen dat ze gaan voor de Olympische limiet van bijvoorbeeld 2.08 bij de mannen of 2.27 bij de vrouwen, maar met een p.r. van iets boven de 28/32 minuten lukt dan in principe niet. Voorbeeld: Andrea Deelstra liep 1 keer een supertijd van 2.26 uur, terwijl haar p.r. over 10 km maar 34.02 min. bedraagt, maar dat lukte met al die vele kilometers daarna niet meer. Sterker: de meesten lopen zich lichamelijk en geestelijk in de vernieling.

Ook in Zeeland zie je dat. Ze lopen in verhouding tot hun prestaties te veel kilometers en haken na een paar jaar weer af. Dat gebeurde 30/40 jaar geleden natuurlijk ook. Sommigen zijn door dat vele en harde trainen misschien vroeger moeten stoppen, maar Johan de Vlieger en Jan de Wilde lopen als 60 plusser nog steeds mee. En om even terug te komen op de titel van dit verhaal en Martijn Blommaert. Martijn is pas rond zijn 30e serieus gaan hardlopen. Mijn hoed af voor zijn prestaties, maar wat als hij eerder begonnen was. En dat geldt natuurlijk voor nog meer hardlopers v/m in ons huidige peloton.

Ben jij dus een voetballer of andere teamsporter met niet te veel talent, maar wel veel loopvermogen. Wacht dan niet te lang om over te stappen naar het hardlopen. Of misschien ben je wel goed als werper of springer. Veel mensen kiezen de verkeerde sport. Ze gaan op voetbal omdat ze Messi zo goed vinden, de rest van de familie al lid is of hun vriendjes. Maar voetballen kunnen ze eigenlijk niet en de trainer durft dat niet te zeggen. Organiseer talentendagen, zodat talent sneller ontdekt wordt. DDR toestanden ( insiders weten wat ik bedoel ) zijn niet nodig, maar een beetje richting geven kan geen kwaad. Foto AV’56; Martijn Blommaert oranje hemd met startnummer 82? tijdens de 5000 meter in Goes.  

1
1