Blog

REACTIES EN IDEEËN ZEEUWSE ATLETIEK deel 2

Als er n.a.v. mijn oproep om ideeën te lanceren om de Zeeuwse atletiek te verbeteren in eerste instantie maar 4 personen ( van de ruim 130 aangeschreven adressen en bekend gemaakt op mijn website ) reageren, heb ik niet de indruk dat het grootste deel van de Zeeuwse atletiek zich erg druk maakt over het probleem “weinig niveau”.

“De clubs zijn nu aan zet” werd er aan het eind van het symposium gezegd. Laten we die clubs dan een paar maanden de tijd geven om te laten zien dat het probleem hun aandacht heeft. Daarna kunnen we alles evalueren. Jos den Hollander zijn suggestie om volgende keer aan de slag te gaan met het concept van Loopland Gelderland, kunnen we dan zeker meenemen.

Ik denk dat we een volgend symposium ook pas moeten plannen voor het najaar. We kunnen dan overzien of er iets in de goede richting gebeurd is. Behalve 1 of 2 sprekers zit ik dan te denken aan discussiegroepjes, die aan de hand van stellingen tot conclusies komen. Die stellingen kun je halen uit de aangeboden ideeën. Een deel zal verworpen worden en met de rest kunnen we dan misschien aan de slag.

Of moeten we iets opzetten met de formule van Cyclemotion bij het Zeeuwse wielrennen? Dat betekent dan alles en iedereen uit de Zeeuwse atletiek erbij betrekken en uitnodigen: VZA, clubs, loopgroepen, organisaties van bijvoorbeeld de Kustmarathon, enz. Als ze meer betrokken zijn, kom je misschien sneller tot samenwerking op andere vlakken. Het daar bekend maken van “De Zeeuwse atleet en atlete van 2026” lijkt me ook een mooie publiekstrekker. Ik beslis daar niet over en ik weet nog niet hoe de anderen daar over denken. Je hoort het t.z.t.

Maar wat we ook doen en laten: we blijven afhankelijk van de clubs en de atleten. Als zij niet willen, lukt het niet. We kunnen dan alleen ons gelijk halen met een eigen club ( zie verhaal AC de Doorbijter ) die het voorbeeld geeft. Met mijn JARO organisaties krijg ik dat niet voor elkaar. Goede atleten moeten ook inzien dat zij een voorbeeldfunctie hebben. En anders blijft het wachten tot de wal het schip keert, maar dat maak ik dan niet meer mee.

Gelukkig waren er na het publiceren van mijn verhaal op 4 januari toch nog reacties: 

Ik heb net de reacties op het symposium zitten ‘bijlezen’. Ik wil graag nog één boodschap toevoegen: neem meisjes/vrouwen serieuzer. Een symposium met 0 vrouwen aan het woord vond ik al redelijk schokkend en er waren ook maar heel weinig vrouwen aanwezig. Wat er bij talentontwikkeling specifiek over meisjes gezegd werd was hooguit een aardig beginnetje (er zijn wel meer verschillen tussen jongens en meisjes dan alleen hun hormonen. Het lijken misschien allemaal kleine dingen, maar het speelt wel degelijk een rol – inclusiviteit vraagt inspanning en aandacht! Louise Cornelis.

Een beetje extra aandacht voor de vrouwen in de Zeeuwse atletiek is zeker geen overbodige luxe. Soms zie je bij de jeugd talenten, maar dikwijls haken ze voortijdig af. Op de ranglijsten van 2025 zie ik bij de beste 10 vrouwen in alle onderdelen veel meisjes onder de 18 en masters. Vrouwelijke senioren en U 20 atletes zijn er blijkbaar niet zoveel.

Via Niek krijg ik ook reacties. Die wil ik jullie niet onthouden: Een intelligente medeloper signaleert iets anders… Hij deed laatst mee aan de Tankloop met ongeveer of ruim 500 deelnemers. Schijnt ook voor een pittig inschrijfgeld. Hij vraagt zich af wat de organisatie met de opbrengst doet ….. Worden die gelden ingezet voor -de in mijn ogen-  zeer noodzakelijke deskundige trainers of wordt daarmee bijvoorbeeld het clubhuis gerenoveerd …

Bij zo’n opmerking denk ik direct aan mijn vader. Hij verzon als bestuurslid van de afdeling Zeeland ooit “het kwartje van Roose”. Toen in de jaren 70 de prestatielopen steeds populairder werden, verdienden veel clubs daar behoorlijk aan. Een prestatieloop ging om het uitlopen van de afstand en niet om een klassering of tijd. De organisatie had er weinig werk aan: een parcours uitzetten, inschrijfgeld innen en iedereen aan het eind een vaantje geven. Dat inschrijfgeld was overigens meestal maar 2 of 3 gulden, maar bij de Massaloop in Oostkapelle betekende dat met ruim 1000 deelnemers toch al snel een behoorlijke nettowinst voor de club. Ook de kleinere loopjes profiteerden mooi van al die hoofdzakelijk niet aangesloten lopers. Of was het omgekeerd en profiteerden ( is eigenlijk nog steeds aan de orde ) al die niet leden van het werk van de clubs?

Om ook de echte wedstrijdatletiek mee te laten profiteren besloot men om per deelnemer een kwartje of te wel 25 cent af te dragen aan de afdeling Zeeland. Zij konden daar wedstrijdgerichte kosten mee betalen: kleding Zeeuwse ploeg, Zeeuwse kampioenschappen, opzetten van indoor Zeeland, centrale training, enz. In die tijd was de pure wedstrijdsport namelijk nog het voornaamste doel. Zo’n afdracht richting VZA kan nu niet meer, want veel organisaties hebben geen verbintenis met de atletiekbond, maar clubs kunnen natuurlijk wel de opbrengsten van dit soort trimlopen aan de pure wedstrijdsport besteden. Ik denk dan aan betere vergoedingen van trainers, organisaties van kwalitatief goede wedstrijden, enz. 

En verder is er vraag naar de presentaties/lezingen tijdens het symposium. We gaan deze binnenkort op mijn website zetten en daarvoor is nu al een speciale rubriek aangemaakt. Zodra de betrokkenen toestemming hebben gegeven, wordt het gepubliceerd. Foto AV’56: er moeten meer dames in leeftijdscategorie 18 – 35 jaar in de Zeeuwse atletiek komen.