KIJKEN NAAR SPORT MOET BOEIEND ZIJN
Deze keer geen verhaal over atletiek of hardlopen, maar over sport in het algemeen. Ik durf te zeggen dat ik een grote sportliefhebber ben: actief en passief. Op jonge leeftijd deed ik al mee aan de “kleutergym” bij meneer Goedee. Daarna was ik ongeveer 5 jaar lid van handbalvereniging Hellas en ook nog een jaartje bij VV Goes om te voetballen. In 1964 begon mijn atletiekloopbaan en die is eigenlijk nog steeds bezig. Al is het dan op een heel laag pitje.
Maar in al die jaren ben ik ook nog actief geweest als basketballer en tennisser. Tennis louter recreatief, maar in het basketbal heb ik toch zo’n 20 jaar in de competitie gespeeld en verder was ik er trainer en scheidsrechter. Misschien komt het door al die ervaringen dat ik iets anders naar de huidige sport kijk dan de doorsnee sportliefhebber.
Neem het hedendaagse voetbal. Ze verdienen kapitalen en het is de belangrijkste bijzaak in de wereld. Maar is het altijd goed? Ik zie vooral geklungel, grove overtredingen, spelers zonder spelinzicht, achterhaalde of vreemd toegepaste spelregels en elkaar nadoen. “In de voetbalwereld hebben ze veel verstand van voetbal, maar niet van sport”. Aanvallers staan met 5 man in het strafschopgebied van de tegenstander, maar op die manier help je die verdediging alleen maar.
Als actief teamsporter leerde ik als eerste dat je het veld breed moet houden om ruimte de maken. Omgekeerd zie ik in de verdediging veel “gepiel” dat gemakkelijk tot balverlies leidt met alle gevolgen van dien. “Speel nooit een bal door het hart van je eigen verdediging”, was les 2 voor jonge teamsporters, maar voetbalmiljonairs hebben er blijkbaar nooit van gehoord. En dat ze op je voeten gaan staan of je geraakt wordt door de voet van de tegenstander, is inherent aan deze sport. Moet je daar altijd een gele of zelfs rode kaart voor geven? Dikwijls is het eigen schuld en een verkeerde inschatting van het “slachtoffer”.
Maar regelmatig zijn voetbalwedstrijden toch spannend en dat moeten niet altijd de topwedstrijden zijn. Op vrijdagavond kijk ik dikwijls naar de Keukenkampioendivisie en op kanaal 22 zijn de wedstrijden uit lagere klassen in Duitsland en Engeland best amusant. Hetzelfde ervaar ik bij het veldrijden. Afgelopen winter werden er liefst 40 wedstrijden rechtstreeks op televisie uitgezonden. Als Mathieu van der Poel meedoet is er eigenlijk niet veel aan, maar bij de andere wedstrijden is de uitslag niet te voorspellen en juist dat maakt sport leuk. En fijn dat er de afgelopen weekenden nog veldrijden was, want op de Olympische winterspelen ben ik snel uitgekeken.
Ondanks de vele Nederlandse medailles boeit het me totaal niet meer. Vroeger werd ik nog enthousiast van Ard en Kees, Hilbert van der Duym, Yvonne van Gennip en noem ze maar op, maar toen Irene Wüst en Sven Kramer bijna alles begonnen te winnen en je uren moest luisteren naar deskundige analisten met gezeur over “diep zitten” en “kniehoeken”, vond ik het allemaal een stuk minder. En wie weet hoe ik denk over de versnippering in het hardlopen, kan zich ook voorstellen wat ik van shorttrack vind. Laat Velzeboer en van ’t Wout gewoon de strijd uitvechten met Kok en de Boo en dan maar kijken wie de snelste 500 en 1000 meter rijdt. Of wint in het shorttrack vooral de schaatser die niet van de baan gereden of gediskwalificeerd wordt?
En de andere wintersporten? Behalve ijshockey, curling, kunstschaatsen en skispringen is het veel “van hetzelfde”. Langlaufen over diverse afstanden en met 2 verschillende technieken, maar dikwijls dezelfde winnaars. Idem bij de biatlon, waar geweerschieten aan het langlaufen wordt toegevoegd. In het alpineskiën lijken de onderdelen ook erg op elkaar met misschien een kleine uitzondering voor de slalom, maar wat is het verschil tussen afdalen op 2 latten of 1 plank? En over dat snowboarden in dikke jassen met allerlei capriolen zal ik mijn mening maar niet geven,
En dan hebben we nog het “sleetje rijden”. Op dezelfde baan, maar wel in 3 varianten: op je buik heet het skeleton, op je rug rodelen en zittend bobsleeën. Als we dan de slee nog vullen met 1, 2 of 4 personen en een gemengde wedstrijd dames/heren houden, zijn ook bij deze sporten tig medailles te verdienen voor eigenlijk hetzelfde.
Wat me ook opvalt is het aantal sporten waar alles in feite een tijdrit is. Een massastart of series zie je nog maar een paar keer en ook dan geldt soms de tijd, zoals bij de 1e ronde ploegenachtervolging schaatsen. En wat is de olympische status van zo’n onderdeel waar slechts 8 ploegen deelnemen? Ik blijf dus bij mijn verhaal dat ik schreef op 1 augustus 2024 n.a.v. de Olympische Zomerspelen in Parijs. Ik schreef toen overigens ook al dat Femke Bol misschien in de toekomst wel medailles kon winnen op de 800 meter. Ik heb er dus blijkbaar toch een beetje verstand van.
Natuurlijk heb ik waardering voor de prestaties van de meeste sporters, maar als de Olympische Spelen steeds meer gevuld worden met “circusnummers” vrees ik voor de toekomst. Werden de klassieke Olympische Spelen mede om die reden in 393 na Chr. ook niet afgevoerd? Foto: sleetje rijden is zelfs op 3 manieren een olympische sport.

Recente reacties