ATLETIEK IS KLOKKEN EN METEN
Hoe je het ook wendt of keert, atletiek is en blijft een prestatiegerichte sport. Bij de loopnummers worden alle tijden opgenomen en bij de technische onderdelen wordt er gemeten hoe ver of hoog het was. Dat heeft voor – en nadelen.
Waar het bij veel sporten eigenlijk alleen maar om de winnaar of laten we zeggen de top 3 gaat, kun je bij een hardloopwedstrijd nog erg blij zijn met een veel mindere klassering als je een goede tijd en misschien wel een p.r. loopt. Dat geldt eigenlijk voor alle onderdelen in de atletiek. Nadeel is dat deze prestaties altijd vergeleken kunnen worden. Dat hebben we de laatste tijd regelmatig gedaan en de conclusies zijn bekend.
Maar hoe gaat dat meten en tijd opnemen ( klokken ) nu eigenlijk en is dat wel altijd betrouwbaar? Bij veel hardloopwedstrijden op de weg en in het veld zie je tegenwoordig dat men gebruik maakt van een systeem met een chip of tag. Soms klopt een uitslag niet helemaal. Als je chip niet werkt of niet aanwezig is, sta je niet in de uitslag. Het systeem werkt verder met een netto – en een brutto tijd. Alleen de laatste tijd is geldig voor een correcte uitslag. De nettotijd is alleen leuk voor lopers die pas na enkele minuten over de startstreep lopen en zo weten hoelang ze echt over de afstand hebben gedaan. In Zeeland gebruikt men dikwijls Race Result.
Bij de baanatletiek gaan het meestal nog redelijk ouderwets, d.w.z. met de stopwatch voor de loopnummers en een meetlint of meetlat bij de technische onderdelen. Bij het meten geeft dat weinig problemen, maar bij loopnummers is dat anders. Bij het indrukken van de stopwatch ben je afhankelijk van de reactiesnelheid. Indrukken moet je bij het zien van de rookpluim en niet bij de knal van het startpistool. Geluid gaat trager dan licht en op een 100 meter is dat verschil ongeveer 0,3 seconde en dat is op sprintafstanden veel. Bij langere afstanden speelt dat minder en bovendien worden hier de tijden vanaf plaats 4, 5 of 6 ( afhankelijk van het aantal stopwatches ) bepaald door de doorlopende klok en afgerond op seconden naar boven. Vroeger hadden veel juryleden zelf een stopwatch en vooral het merk Junghans was populair. Dit was nog een stopwatch met cijfers en wijzertjes. In de lade naast me ligt nog zo’n antiek exemplaar.
Bij grote wedstrijden kwam er wel vrij snel elektronische tijdwaarneming, waarbij het startpistool de klok start en de lopers bij de finish door een elektronisch oog lopen en zo wordt de tijd vastgesteld. Ook voor de technische nummers is dergelijke apparatuur beschikbaar. Al die apparatuur is echter duur. We spreken toch snel over een kleine € 20.000,- voor elektronische tijdwaarneming en als je dan ook de technische nummers zo wil meten, gaat dat fors in de papieren lopen. Moet je zoiets dan als club aanschaffen om bij elke wedstrijd te gebruiken?
Nee, bij een clubkampioenschap, onderlinge oefenwedstrijd of pupillenwedstrijden is dat niet nodig, maar bij een wedstrijd op een bepaald niveau wel. Anders tellen de resultaten niet voor ranglijsten, limieten en records. Gelukkig kun je die apparatuur huren. In Zeeland beschikt Scheldesport over deze spullen en als ik goed geïnformeerd ben, kost het € 400, – per wedstrijd om te gebruiken. Waarom zou je als club dan zelf zoiets aanschaffen voor misschien 3 wedstrijden per jaar. Gezien het toch geringe aantal baanwedstrijden in Zeeland lijkt het me logisch dat alle clubs de spullen van Scheldesport huren.
En dan nog iets. Rechtvaardigen de meeste prestaties in Zeeland het gebruik van dure elektronische meting eigenlijk wel? Wat heb je aan ET gemeten tijden over 100 meter van 13.05 – 13.95 – 14.40 – 15.84 e.d. zoals bij Goes on Track vorig jaar. Gelukkig waren er ook tijden onder de 12 en 11 seconden bij respectievelijk dames en heren, maar het grootste deel van de deelnemers moet eerst “handgestopt” maar eens iets laten zien. Ik zie liever bij een eenvoudige wedstrijd 20 sprinters met handgestopte tijden ruim onder de 13 seconden afgerond op tienden met misschien een kleine foutmarge, dan al die bovengenoemde tijden opgenomen met dure apparatuur.
Als ik op de website van AV’56 bij het verslag van de ALV lees dat men overweegt om dergelijke apparatuur aan te schaffen, zet ik daar vraagtekens bij. Ook als andere Zeeuwse clubs dat zouden doen trouwens. Zorg eerst dat atleten sneller lopen, verder en hoger springen en werpen. Trainers met een duidelijke prestatiegerichte visie, talenten opsporen bij andere sporten, meer eenvoudige baanwedstrijden organiseren zijn een paar elementen die daar bij kunnen helpen. En niet allerlei uiterlijk vertoon zoals elektronische meting, want dat is voor mij bij de meeste wedstrijden als een vlag op een modderschuit. Foto: met de antieke stopwatch van Junghans kon je prima de tijden opnemen.

Recente reacties