Blog

DIT GEBEURDE ER EEN HALVE EEUW GELEDEN

Een halve eeuw of 50 jaar is een lange tijd. Ik spreek over het jaar 1976. Misschien was je nog niet eens geboren of nog heel erg jong. Voor mij was het een jaar dat ik nooit zal vergeten. Ik werd dat jaar 26, werkte als onderwijzer op een lagere school in Oost – Souburg en deed al 12 jaar aan atletiek.

Atletiek was op dat moment voor mij eigenlijk alleen hardlopen en dan de lange afstanden. Als junior had ik wel aan allerlei sprint en technische nummers meegedaan, maar nu deed ik dat alleen nog bij een clubkampioenschap. Ik had ook al 5 marathons gelopen, maar nooit sneller dan 3.29 uur. Op de afstanden tussen 5 en 25 km begon het sinds 1974 wel beter te gaan. Ik liep de 5000 meter onder de 18 minuten, de 10000 meter ergens in de 37 en op de toen populaire 20 km was ik al iets onder de 1.20 uur gebleven. Maar ik hoopte in 1976 op snellere tijden.

Het jaar begon met de Deltacross. Ik weet nog dat het hard stormde en dat het busritje over de Zeelandbrug ( de kering was er pas in 1986 ) bij sommigen toch een angstig gevoel gaf. Ja, je leest het goed. AV’56 ging toen met een grote bus naar de wedstrijden van de ZCC. De Wallenloop was een week later en daar liep ik bij nader inzien mijn snelste tijd ooit op het parcours dat nog steeds gebruikt wordt. Alleen start en finish zijn zo’n 100 meter verplaatst, maar verder is bijna alles hetzelfde. Bijna, want op de wallen lag grint en geen asfalt.

Voor de rest werd er in de maanden januari, februari en begin maart gecrosst. Een week na de laatste cross startte ik in de 20 van Alphen en verbeterde gelijk mijn p.r. tot 1.16.44 uur. Een week later de CPC halve marathon waar ik onder de 1.20 uur dook en weer een week later nog 24 seconden sneller over 20 km. Op naar de Westland Marathon in Maassluis volgende week. Ik trainde echter iets te weinig om een redelijk hoog tempo ook 42 km vol te houden. Het werd met 3.12.56 uur wel een ruime verbetering van mijn p.r. en ik besloot voor mijn volgende marathon eens echt te trainen.

Die marathon zou pas eind juli plaatsvinden, dus midden in de zomer. Eerst eens kijken wat er op de iets kortere afstanden mogelijk was. Eind april al een paar baanwedstrijden met persoonlijke records over 3000 en 5000 meter. Die 17.18.5 over 5000 meter bleef overigens mijn p.r. want 2 pogingen om onder de 17 minuten te komen mislukten. Elke keer bleef ik steken op tijden tussen 17.20 en 17.30. Wel een p.r. op de 3000 meter, maar met 10.01 minuten niet onder de 10 minuten. Tussendoor ook nog een paar Belgische halve of semi marathons ( ongeveer 20 km ) gelopen, maar bij een 25 km op Pinksteren moest ik opgeven wegens een griepje. Toch maar even rustig aan doen en dan beginnen met de training richting Bollenstreekmarathon in Noordwijkerhout op 31 juli.

Bij mijn volgende 25 km half juni in Lisse verpulverde ik mijn p.r. en liep 1.36.52 uur. Die zomer was het erg warm en dan valt trainen en zeker langere duurlopen niet mee. Als onderwijzer met veel vakantie ging ik dus regelmatig ’s ochtends en ’s avonds. En in aanloop naar de marathon toch nog een paar wedstrijden. Zo liep ik op dinsdagavond 20 juli een dik p.r. over 10000 meter met 36.08 minuten. Op 23 juli tijdens de uurloop 3 x een p.r. namelijk over 15 km, 10 EM en in een uur haalde ik 16266 meter. Dat beloofde voor de marathon 1 week later, mits het niet te warm zou worden.

Gelukkig werkte het weer mee, want de zomer kende even een inzinking. Deze marathon was nieuw en bijna niemand kende het parcours. Na 25 km over vlakke wegen kwam ik op de boulevard van Noordwijk door in ongeveer 1.42 uur, dus kilometers van bijna 4.05 minuten. Zou een tijd onder de 3 uur nu eindelijk lukken? Nee dus. Bij het verlaten van Noordwijk aan zee moesten we de duinen in. Weliswaar over een tegelpad, maar te vergelijken met het fietspad door de Domeinen bij Haamstede. Deze ellende duurde zo’n 7/8 km en bijna iedereen ging kapot. Op de vlakke 8 km naar de finish maak je dat niet meer goed. Ik finishte als 44e van de 125, maar mijn tijd van 3.12.40 was weliswaar nog net een nieuw p.r. , maar niet waar ik op gehoopt had.

De teleurstelling verdween echter snel toen ik hoorde dat de aanwezige toplopers gemiddeld 15 minuten boven hun snelste tijd waren gebleven. Die sub 3 uur zat er dus dik in, maar moest even wachten tot volgend jaar!!! En veel tijd om bij de pakken neer te zitten had ik niet, want over 4 dagen stond er weer een 10000 meter op de baan geprogrammeerd, gevolgd door de halve marathon door de binnenstad van Goes en het ZK op de baan. Daarna nog diverse Belgische halve marathons, een 3000 meter steeple chase met een p.r.  en een 10 km stratenloop. Bij die laatste wedstrijd liep ik onder de 36 minuten, maar in die tijd was de 10 km op de weg nog geen officiële afstand en zodoende staat het nergens in de boeken.

Zo werd het al oktober en begon na het clubkampioenschap 20 km in Wilhelminadorp het crossseizoen. Eerst de PZC cross op Oranjezon, de KMS cross in Westduin en daarna nog als stratenloop de Boulevardloop. Dat was toen nog een “lange sprint” over 3800 meter in Vlissingen. En al die wedstrijden gingen meer dan behoorlijk voor mijn doen. Kijken of ik een week later bij de Singelloop een goede klassering, bijvoorbeeld top 15, kon halen. Helaas kwam die Singelloop er voor mij pas in 1977 en toen liep ik een stuk trager.

Ik heb al verteld dat ik onderwijzer was in Oost – Souburg, dat deel uitmaakt van de gemeente Vlissingen. Er was beslist dat de gymzalen optimaal gebruikt moesten worden en dat ook scholen hun gymlessen om 8 uur ’s ochtends moesten starten. Vandaar dat ik op woensdag vroeger naar mijn werk moest. Fijn, want op woensdag hadden we toen ’s middags nog vrij en dan was ik om 11.30 uur klaar. Een lange middag om te trainen.

Helaas ging het op 27 oktober helemaal mis. De trein van 7.14 uur uit Goes botste in dichte mist in volle vaart op een stilstaande goederentrein. Dat gebeurde bij Eindewege net na het viaduct bij ‘s – Heer Arendskerke. En nog meer helaas: ik zat eerste rang, d.w.z. zo goed als van voren in de trein. De verdere details over slachtoffers e.d. ga ik jullie besparen, maar ik was redelijk zwaar gewond. Rechts een dubbele beenbreuk en later op de ochtend bleek  dat er een breuk zat in een halswervel op een vitale plek. Dat betekende een verblijf van 5 maanden in het ziekenhuis, waarvan 3,5 maand plat op mijn rug.

Pas op 16 februari 1977 mocht ik rechtop zitten en als het ging proberen een stukje te lopen. Dat stukje was 10 meter tot de deur van de kamer en terug. Iedereen was verbaasd, maar ’s middags werd het al een wandeling over de gang. Dit alles met ondersteuning van de fysiotherapeut en nog steeds met mijn onderbeen in het gips en een harnas rond mijn nek. Zo ging ik 10 dagen later ook naar de cross in Wilhelminadorp om te supporteren. Ik moest me ’s avonds weer wel melden in het ziekenhuis en daar verbleef ik nog tot eind maart. Alleen op zaterdag en zondag mocht ik naar huis.

Eenmaal thuis werden de wandelingen met begeleiding langer en toen in mei het gips van mijn been mocht, probeerde ik voorzichtig stukjes hard te lopen op zachte ondergrond. Tegenwoordig doe ik op die plek in het parkje bij mij naast zo ongeveer hetzelfde. Het harnas moest nog blijven zitten tot 1 juli en bij iets langere trainingen op de weg gingen broer Wim en/of Kees Stoel mee om veilig over te kunnen steken. Op 1 juli zonder harnas een duurloop van 15 km, maar dat was eigenlijk nog iets te veel. Met een kleine pauze na 11 km maakte ik de training wel af.

Genoeg vertrouwen om 2 weken later te starten in een 15 km te Sint Maartensdijk. Door sommigen werd ik voor gek verklaard, maar na 1.28 uur kwam ik over de finish. Dat was ruim een half uur langzamer dan mijn 15 km van 1976, maar blijkbaar was de afstand ook iets te lang. Een week later liep ik namelijk al 1.19 uur over 10 mijl en ook de halve marathon in Goes werd uitgelopen. Ik was dus weer min of meer hardloper, maar wel met een beetje scheve rechtervoet. Van mijn nek had ik gelukkig geen last en bij het clubkampioenschap 20 km liep ik toch weer 1.28 uur.

Toch heb ik mijn tijden van 1976 niet meer verbeterd of benaderd, behalve op de marathon. Daar liep ik in 1983 nog een keer 3.11 en 3.06 uur, dus een p.r. In die 50 jaar heb ik natuurlijk wel eens gedacht “maar wat als”, maar anderzijds mocht ik blij zijn dat hardlopen nog kon. Misschien had ik me nog iets verbeterd, maar aansprekende tijden waren voor mij ook zonder ongeluk niet weggelegd. Te weinig talent en ik liet er niets voor staan. Na de wedstrijd was Belgisch bier vaste troef. Nu dit alles 50 jaar geleden is, had ik de behoefte om het nog eens te vertellen. Want dat 1976 voor mij een bijzonder jaar was, is zeker. Foto, sorry voor de kwaliteit: Toeschouwer bij de cross in Wilhelminadorp geflankeerd door loopsters van mijn school.