KUN JE IN ZEELAND TRAINEN VOOR EEN BERGLOOP
In de krant stond een paar weken geleden een verhaaltje over een hardloopster, die binnenkort de Mont Ventoux op gaat lopen voor een goed doel. De Ventoux of de “kale berg” is een mythische beklimming uit de Ronde van Frankrijk. De top ligt op ongeveer 1900 meter, het hoogteverschil is 1600 meter en de lengte van de klim 21 á 22 km afhankelijk van welke kant je komt.
Zij krijgt voor deze onderneming adviezen van Huub van Noorden en aangezien Huub veel ervaring heeft met berglopen zal het wel goed komen. Ik ben overigens ook wel benieuwd naar deze adviezen en misschien zijn er nog Zeeuwse lopers v/m die er iets aan hebben, omdat ze binnenkort een bekende berg op gaan lopen. Zo zag ik bij mij in de buurt 2 auto’s staan met een sticker van Alpe d’Huzes het sponsorevenement op Alpe d’Huez in de Alpen. Zijn dat hardlopers of misschien fietsers?
Zelf heb ik niet veel ervaring met berglopen en hoe je daar eventueel specifiek voor kan trainen. In 1988 deed ik wel mee aan een etappewedstrijd in het Sauerland en ook daar moest er veel geklommen worden. Dat waren echter geen pure berglopen ( dus alleen naar boven ) en de langste klim was “slechts” 3 km. Ik heb ook een paar wedstrijden gelopen in de Ardennen met de nodige klimmen van 1 tot 2 km. Wat me dan vooral opviel! Met mijn “vlakke polderbenen” passeerde ik bergop diverse lopers, die mij dan in de afdaling weer voorbij vlogen. En natuurlijk waren er de vele wedstrijden in de Domeinen van Westenschouwen om de klimbenen te testen.
Mijn eerste en enige berglopen kwamen er pas in 1996, toen ik al half de 40 was. Vandaag 16 mei precies 30 jaar geleden stond ik aan de start van de beklimming van de Grand Ballon in de Vogezen. Een wedstrijd van 16,4 km tot de top op 1424 meter met een hoogteverschil van ongeveer 1100 meter. Met een georganiseerde reis hadden we een hotel in Mulhouse, maar een dag voor de wedstrijd waren we al over de top gereden. Mooi asfalt, dus vol goede moed naar de start. Dat viel echter behoorlijk tegen.
Na een paar honderd meter ging de route al over een onverhard pad. Pas na een km of 9 kregen we weer een stukje asfalt en ik passeerde daar de 10 km na ongeveer een uur. Tot daar had ik alles hardlopend afgelegd. In dit tempo zou ik toch binnen de 1.40 uur kunnen finishen. Vergeet het. De volgende 5 km was een soort geitenpad met veel losse stenen en behoorlijk steil. Wandelen ging sneller dan hardlopen, maar zelfs bij dat wandelen liep ik zwaar te hijgen. Aangezien de echte top een tiental meter boven de weg ligt, moesten we op het eind nog een halve kilometer naar beneden over een soort natuurlijke trap. Ook geen pretje met vermoeide benen. Na 2.09.48 uur bereikte ik de finish en was van het Nederlandse gezelschap nog één van de beteren.
Met dezelfde reisorganisatie ging ik in augustus nog een keer naar Frankrijk. Deze keer voor de beklimming van Alpe d’Huez met de wetenschap dat het nu alleen over asfalt ging. Met een vlakke aanloop van 400 meter was de totale afstand 14,2 km en moesten er 1122 hoogtemeters overwonnen worden tot de top op 1860 meter. Ook nu waren we de dag van te voren al naar boven gereden en wisten we wat ons te wachten stond. Na een busreis van 2 dagen leek het me nuttig on in de buurt van ons hotel in Grenoble eerst nog een paar hellingen hardlopend te bedwingen. Kwestie van de benen op spanning zetten.
De wedstrijd ging prima. Bij de eerste steile stukken had ik direct een goed ritme en eigenlijk kon ik steeds blijven hardlopen. Alleen bij de verzorgingsposten wandelde ik een tiental meter om een handvol rozijnen met water door te slikken. Wat een geweldige “sportvoeding” trouwens. Na 1.39.46 uur kwam ik naast de ijsbaan ( zelfs in de zomer werd daar geschaatst ) als 225e over de finish. Eén van de andere Nederlandse deelnemers was een dag eerder op zijn speciaal meegenomen racefiets in 1.26 uur naar boven gefietst. Dat is maar 14 minuten sneller.
Heb ik voor deze berglopen specifiek getraind? Niet echt, maar wel een paar speciale trainingen vooral voor het zelfvertrouwen. Een middag Westenschouwen met heel veel hellinkjes, op het Goese Sas de zeedijk vanaf de binnenkant tig keer naar boven lopen over de trap en een paar keer door het gras. En dan nog een duurloop van ongeveer 20 km met 25 keer het viaduct bij Abbekinderen: eerst 2 km inlopen, dan 12 x heen en weer 655 meter over het viaduct, nog 1 keer naar boven om het af te leren en 2 km uitlopen naar huis. Of dat geholpen heeft?
Ik denk dat andere zaken om met enig succes een berg op te lopen belangrijker zijn. Je moet de afstand van de wedstrijd of sponsorloop natuurlijk in je benen hebben. En liefst nog en beetje meer, want je doet er natuurlijk behoorlijk veel langer over dan bij een normale vlakke wedstrijd. Ik liep in de jaren 96/97 een goed gemeten 15 km of 10 mijl nog in 1.06 en 1.11 uur. Op het onverharde pad van de Grand Ballon was ik dus bijna een uur langer onderweg en op het asfalt van Alpe d’Huez ruim 35 minuten. Wat moeten lopers, die voor een gewone 15 km al 1.30 uur nodig hebben, dan verwachten? Zorg dus in de voorbereiding ook dat je basissnelheid hoger wordt. Dat raad ik marathonlopers trouwens ook altijd aan. Stap eens af van steeds maar duurloopjes in een traag tempo, maar doe ook eens intervaltraining: inlopen, 10 x ongeveer 300 meter snel ( mag ook tegen een viaduct ), terug wandelen of dribbelen en weer uitlopen. En je kunt natuurlijk trainen op vakantie in het buitenland als daar bergen zijn. Maar ongetwijfeld zullen specialisten van het berglopen betere tips hebben en die mogen ze altijd opsturen, zodat ik ze kan publiceren. Foto: Jan Roose traint tijdens een vakantie in een bergachtig gebied.

Recente reacties