Blog

WAT IS DAT TOCH MET DE ZEEUWSE ATLETIEKJEUGD

Op 20 juni was er een zogenaamde Vijf Regio – ontmoeting in Gorinchem, waarbij jonge atleten ( U16 en jonger) uit verschillende regio’s het tegen elkaar opnamen. Ook de regio Zeeland was vertegenwoordigd en kwam uit tegen de jeugd van de regio’s Rijnmond, Haaglanden, West Brabant  en Dordrecht. Als ik de uitslagen bekijk, zie ik een bevestiging van wat we vorig jaar met het symposium beoogden.

Van de in totaal 58 verschillende uitslagen ( verspringen bijvoorbeeld voor 10 categorieën ) noteer ik slechts 2 overwinningen voor regio Zeeland. Ilse Rijk won het kogelstoten en Fleur Borra de 1500 meter. Daarnaast nog een aantal top 5 plaatsen, maar met 12 estafettes en 5 teams per reeks is dat niet moeilijk en verder veel plaatsen in de achterhoede. In tegenstelling tot het verleden hebben we in Zeeland dus eigenlijk weinig talenten bij de jeugd.

Nu zijn prestaties bij de U16 en jonger geen enkele garantie voor successen op latere leeftijd, maar dit is wel een indicatie. Ik kan me nog sportdagen op de lagere school herinneren voor leerlingen van toen de 5e en 6e klas ( nu groep 7 en 8 ) met diploma’s. Iedereen kreeg een diploma, maar die waren verschillend. Je kon namelijk een A, B, C, D of E diploma verdienen, waarbij A het minste en E het beste was. Ik heb ze voor de aardigheid eens even opgezocht om te kijken wat de eisen toen waren. Voor een E prestatie stond bij de jongens 9,6 seconden op de 60 meter, 3,75 meter in het verspringen en 1.15 bij het hoogspringen. Verder was er kastiebalwerpen 40 meter of grote bal werpen 18 meter en een hindernisbaan zonder specifieke kwalificatie. Om een E diploma te krijgen, moest je op alle onderdelen een E scoren. Dat lukte me dus niet bij het balwerpen en ondanks mijn 9.2 sec over 60 meter en 3.95 meter bij het verspringen kreeg ik slechts een D diploma. Voor meisjes waren de E eisen 10,4 – 3,25 – 1.00 – 25 – 15. Ik was toen overigens nog geen lid van AV’56.

Wat presteren kinderen van deze leeftijd en dan spreek ik over 10 tot 12 jarigen, die trainen bij een atletiekclub, tijdens zo’n regio – ontmoeting? Bedenk ook dat deze atleetjes als beste van hun regio geselecteerd zijn. Bij de U12 zie ik op de 60 meter dat alle meisjes de toenmalige E eis halen, maar bij de jongens 10 van de 25 niet en daarbij 4 van de 5 Zeeuwen. Verspringen zie ik bij de U12 niet, maar bij de U14 halen de meesten de E limiet wel. Bij het hoogspringen in de categorie U12 dan weer niet, zeker bij de jongens. Als ik kijk op de Zeeuwse bestenlijsten van dit jaar bij deze categorie zie ik eenzelfde beeld: bij de jongens kom je met de E eisen op 60 meter, ver en hoog gemakkelijk in de Zeeuwse top 10 van 2026, bij de meisjes duidelijk niet. Of waren de eisen voor meisje in die jaren 60 minder moeilijk?  

Misschien moeten we op scholen weer sportdagen op de “ouderwetse” manier gaan organiseren. Voor een deel van de leerlingen is dat natuurlijk te confronterend. Dat was ook de reden dat sportdagen in de jaren 80 en 90 werden omgebouwd tot “speeldagen”. Toch vonden we, ik was daar ruim 30 jaar onderwijzer, in Oost – Souburg een gulden middenweg: de helft individueel en de andere helft als team. Er was een sprint, een duurloop, een hindernisbaan en nog een paar onderdelen ( echte atletiekonderdelen gingen niet vanwege de accommodatie ) en de resultaten kwamen op je sportdiploma. In ieder geval moeten we af van het idee dat presteren een vies woord is.

Maar ook buiten de sportdagen werd er in mijn klas veel aan atletiek gedaan. Wel op een “speelse” manier en niet met opgelegde afstanden e.d. Nu is niet elke juf of meester bezeten van hardlopen of atletiek, maar met een beetje goede wil moet er op scholen toch iets te regelen zijn dat kinderen regelmatig lopen, springen en werpen. En als ze dan echt zin krijgen en naar een atletiekclub gaan, moeten ze natuurlijk wel regelmatig aan wedstrijden deelnemen. Wij grepen elke gelegenheid om aan een wedstrijd mee te doen. Tegenwoordig is er blijkbaar genoeg keuze. Bij speciale jeugdlopen verbonden aan een stratenloop, zie je maar weinig leden van een atletiekclub. Met een beetje geluk de plaatselijke jeugd. Er is dus nog veel werk aan de winkel, zodat we bij een volgende Regio – ontmoeting misschien meer overwinningen behalen. Foto AV’56: Hoeveel clubatleten liepen er mee bij de jeugdlopen tijdens de Peelandloop?