Blog

VAN BIERKAAI NAAR DE HANDDOEK IN DE RING WERPEN

Een tijdje terug schreef ik een verhaal over “vechten tegen de bierkaai”. Al die keren dat ik iets voorstel, ergens op wijs of iets probeer, maar in feite luistert of reageert er bijna niemand. Behoorlijk frustrerend en hou ik dat nog lang vol of gooi ik de handdoek in de ring?

Nu denken sommigen dat ik nooit opgeef, maar dat is natuurlijk niet zo. Zelfs bij mijn ongeveer 2000 wedstrijden heb ik meerdere malen moeten opgeven. Ik heb het niet geteld, maar ik denk zo tussen de 25 en 30 keer. Regelmatig was een plotseling temperatuurverschil de oorzaak, maar soms ook “onvoldoende” getraind. Zo gaf ik bij mijn 2e marathon al na zo’n 20 km op. Ik zat toen in militaire dienst en van serieus trainen kwam niet zoveel.

En er waren natuurlijk ook opgaves door lichamelijk ongemak. Niet alleen blessures, maar bijvoorbeeld een keer “problemen met de maag” bij een marathon. Die marathon was op een vrijdagavond om 19.00 uur in Berchem bij Antwerpen. Ik moest overdag gewoon werken en dan na het werk naar België. Om ongeveer 16.00 uur nog even een paar bruine boterhammen gegeten en dat werd me fataal. Tijdens de wedstrijd moest ik na 25 km een paar keer “met de broek af” tussen geparkeerde auto’s ( het was gelukkig al donker ) en had toen geen kracht meer. Ik was wel goed getraind, want een paar weken later liep ik een 50 km in 4.21 uur.

Toen ik in militaire dienst zat, had ik bovendien veel last van mijn luchtwegen en liep dan gewoon te “piepen”. Bij de crossen in het seizoen 72/73 betekende dat ook meerdere malen voortijdig naar de kant. Stoppen met de wedstrijd vanwege een echte blessure is me eigenlijk maar weinig overkomen. De slechtste herinnering heb ik wat dat betreft aan een 20 km in Ouwerkerk. Die wedstrijd was altijd in december, maar ook dan liep ik in korte broek. Na een kilometer of 13 kreeg ik last van mijn rechterhamstring en 2 km verder kon ik niet meer hardlopen. Nu was dat 1 grote ronde, dus ik moest nog 5 km. Van de organisatie was er niemand te zien en daar stond ik dan. Toch maar verder gewandeld en tegen andere lopers en een parcourswacht gezegd dat ik een blessure had. Toen ik Ouwerkerk binnenwandelde kwam er pas iemand van de organisatie om me met de auto op te halen. Ik heb toen gezegd dat ik het stukje naar de kleedkamer ook wel zou redden.

Opgeven doe ik dus niet zo snel, maar soms moet je verstandig zijn en jezelf afvragen of het nog veel zin heeft om door te gaan. Terwijl ik dit schrijf, is het nog 5 uur tot aan de eerste wedstrijd van de JARO zomercup op de skeelerbaan: een reeks wedstrijden als compensatie voor het ontbreken van echte baanwedstrijden in Zeeland. Maar eigenlijk is de lol van het organiseren al een paar dagen volledig weg. Ik had toch al mijn twijfels, maar na een peiling en de enthousiaste reacties na de paastrofee in april, deze plannen toch doorgezet. Had ik bij nader inzien niet moeten doen.

De jeugd laat het voor de 600 meter bijna helemaal afweten. Van de deelnemers aan de paastrofee doet nu ruim de helft niet mee. Sommigen laten in ieder geval nog weten waarom niet. Toch waren er aan het eind van vorige week ruim voldoende deelnemers voor de 3000 meter, zodat ik 3 series kan maken. Vervolgens komen er echter 7 afmeldingen. Dikwijls helaas door fysiek ongemak, maar soms denk ik “dat wist je toch van te voren”. Als iedereen vanavond komt, zijn er 26 deelnemers. Ze geven in ieder geval mooi weer af. Voor de volgende 4 wedstrijden zijn er voldoende deelnemers om bij  de lange afstanden 2 series van minstens 8/9 lopers te programmeren. Voor de korte afstanden is er nog niemand.

Een groot succes wordt het op deze manier niet. De aanwezigen zullen het ongetwijfeld weer leuk vinden en dat gevoel heb ik gelukkig ook nog altijd, maar een vervolg in 2027 zit er niet in. Of er moeten de volgende weken nog mirakels gebeuren. Foto AV’56: Gooit JARO de handdoek in de ring en kan deze map weg?